Het uur bij Tuur
Details
Genre
Eerste leesboekjes
Onderwerp
Menselijk lichaam
Extra onderwerp
lichaam,
menselijk lichaam,
zintuigen,
verhalen,
Menselijk lichaam (jeugd verhalend),
Eerste leesboekjes (jeugd verhalend),
(Jeugd) Menselijk lichaam (verhalen),
(Jeugd) Eerste leesboekjes,
(Jeugd) AVI 1 (verhalen),
AVI 1,
Eerste leesboekjes (jeugd),
AVI-start,
Menselijk lichaam (jeugd),
AVI 1 (jeugd verhalend),
Eerste leesboekjes (jeugd verhalen),
Menselijk lichaam (jeugd verhalen),
AVI 2 (jeugd),
Eerste lezers,
a1,
Eerste leesboekjes; Menselijk lichaam; eerste lezertjes,
Eerste leesboekjes; menselijk lichaam
Minder
Leesniveau
AVI Start,
AVI 1
Titel
Mijn lijf
Auteur
Riet Wille
Illustrator
Marjolein Pottie
Taal
Nederlands
Uitgever
Wielsbeke: De Eenhoorn, 2007
27 p. : ill.
27 p. : ill.
ISBN
9789058384058
Besprekingen
Leeswelp
Mijn lijf legt aan beginnende lezers uit hoe het menselijk lichaam werkt. Het boek opent met een…
Mijn lijf legt aan beginnende lezers uit hoe het menselijk lichaam werkt. Het boek opent met een tekening van een meisje met woordverwijzingen naar onze ledematen en zintuigen, die overigens niet allemaal systematisch aan bod komen. Op de rechterpagina vertelt een klein meisje over zichzelf en haar papa Bas. In elk verhaaltje staat een zintuig of een lichaamsdeel centraal. Zo vertelt het meisje wat ze met haar ogen, neus of keel kan doen. Daarnaast vertelt ze ook vaak grappige anekdotes over haar papa. Op die manier komen we heel wat te weten over de relatie tussen vader en dochter. De tekst is volledig aan AVI 1-niveau aangepast: geen hoofdletters, eenlettergrepige woorden, geen tweeklanken enz. Ondanks deze beperkingen weet Riet Wille een vlotlezende en zelfs poëtische tekst te schrijven. Soms zijn de opmerkingen van het meisje zelfs kleine raadseltjes, zoals "Ik doe vaak een das aan. Dan heb ik geen kou. Bas wil geen das. Ook niet voor een fuif." Hier wordt naar de twee betekenissen van het woord 'das' verwezen, die zeker niet voor alle zesjarigen meteen duidelijk zullen zijn. Op de linkerpagina krijgen de lezers trouwens telkens nog meer raadsels. Daar zien we een zoekprent met een grote tekening die telkens omringd wordt door zes kleine tekeningen. Aan de hand van een raadseltje moet de lezer het juiste prentje zoeken, waarvoor achteraan de oplossingen op één prent verzameld staan. De prenten van Marjolein Pottie zijn vrij klassiek, en het is vooral door de aantrekkelijke lay-out dat ze de aandacht trekken. [Karin Van Camp]
NBD Biblion
Greetje Hoff
Basisinformatie over je lijf en de zintuigen in een basale leesoefentekst. Bij elk onderdeel staat…
Basisinformatie over je lijf en de zintuigen in een basale leesoefentekst. Bij elk onderdeel staat een raadsel over een bijpassend kledingstuk. De tekst, AVI-1 (AVI-nieuw Start) in eenlettergrepige woorden en afgebroken zinnen is niet altijd duidelijk: “Wat doe ik aan? Het moet op mijn huid. en op mijn neus. want die zit uit!” Rond de paginagrote illustratie, waar doorheen deze tekst staat gedrukt, geven inzetplaatjes de diverse mogelijkheden aan. Achterin de oplossing. Aan elk lichaamsonderdeel wordt een dubbele pagina besteed. Rechts het lange blok tekst en links de expressieve ingekleurde krijttekening en inzetplaatjes. Al met al komen de onderwerpen niet spannend uit de verf. Het verschil jongen/meisje komt niet aan de orde. Het verzorgde boekje heeft een stevige kwaliteit papier en twee aantrekkelijke schutbladen, waarop het kind en alle benoemde lichaamsdelen staan aangegeven en te lezen. Om samen met 5/6 jarigen te bekijken en te benoemen. Ook bruikbaar per onderdeel. Zelf te lezen vanaf ca. 6 jaar.
Pluizer
Mijn lijf
Lieve Raymaekers - 22 januari 2015
In tien hoofdstukjes overloopt Riet Wille delen van het lichaam: van haar tot voet beschrijft ze…
In tien hoofdstukjes overloopt Riet Wille delen van het lichaam: van haar tot voet beschrijft ze waar alles voor dient en hoe het functioneert. Niet met een droge beschrijving, maar vanuit de beleving van een ik-figuur en zijn vader. Zo vertelt het stukje over het oor bijvoorbeeld voor welke boodschappen het jongetje zogenaamd doof is: kamer opruimen, huiswerk maken, ... En hij wil een oorbel, net als zijn vader. Dit maakt elk hoofdstukje, van één bladzijde lang, net te behappen voor een eerste lezer. Met op elke linkerbladzijde een toemaatje: een soort raadsel met zes keuzemogelijkheden, waarvoor de laatste bladzijde met een volledig aangekleed jongetje de oplossingen geeft. De bedoeling van dit spelletje wordt je wel pas na enkele bladzijden duidelijk. Moeilijk voor eerste lezers zijn ook zinnen als “wat ruikt is goed” (p. 9), een woord als “zel” (p. 13), of het feit dat das zowel voor sjaal als voor stropdas gebruikt wordt. Mij is het ook een raadsel waarom die vader op elke bladzijde boos moet zijn. Om het contrast met de afsluitende scène op schoot op te bouwen?